ZATERDAG PAGINA 38 | ZATERDAG 2 FEBRUARI 2019

Zo boos is de burger helemaal niet

 

Het milde midden

 

De gemiddelde Nederlander is veel redelijker (en talrijker)

dan ”het volk” dat rechts zegt te vertegenwoordigen..

Maar hij is ook minder luidruchtig, en wordt dus minder

gehoord..

 

Van PETER GIESEN

ONDERZOCHT DE ‘GEMIDDELDE NEDERLANDER’ BLIJKT VERSTANDIG EN GEMATIGD. FOTO MARCEL VAN DEN

BERGH/DE VOLKSKRANT

 

‘De Nederlandse burger’ wordt vaak omschreven als ontevreden, boos

en prikkelbaar. Je kunt maar beter niet aan zijn auto komen, want voor

je het weet staan de gele hesjes op het Binnenhof. Toch zou maar 10

procent van de Nederlandse automobilisten boos worden als het rekeningrijden

zou worden ingevoerd, bleek deze week uit een onderzoek

van I&O Research in opdracht van de Volkskrant. Een meerderheid is

voor.

Het onderzoek bevestigde andermaal dat de ‘gemiddelde Nederlander’

redelijk en gematigd is. Hij maakt zich zorgen over immigratie, maar

vindt ook dat vluchtelingen goed moeten worden behandeld. Hij is

misschien kritisch over politici, maar heeft vertrouwen in de democratie

en andere maatschappelijke instituties. Hij is bereid om iets voor

het klimaat te doen, mits de lasten eerlijk worden verdeeld.

Kortom, hij lijkt eigenlijk helemaal niet op die boze mannen en vrouwen

die ‘het volk’ zouden vertegenwoordigen. De afgelopen jaren is

heel veel gezegd over de achterban van de PVV en het Forum voor Democratie.

Om goede redenen: het rechtse nationalisme heeft al zeker

vijftien jaar het politieke initiatief en zal waarschijnlijk goed scoren bij

de verkiezingen van dit voorjaar.

‘Toch is er onevenredig veel aandacht voor deze groep’, zegt Peter Kanne,

opinie-onderzoeker van I&O Research. In de peilingen staan Wilders

en Baudet samen op ruim 20 procent. Dat is veel, maar toch vertegenwoordigen

zij slechts een minderheid. Volgens Kanne wordt de onvrede

in Nederland sterk overschat. Voor de Kamerverkiezingen van

2017 gingen de onderzoekers van I&O Research voor AD/Tubantia op

zoek naar maatschappelijke tegenstellingen. Die bleken veel minder

pregnant dan soms wordt aangenomen. Slechts 14 procent van de bevolking

was teleurgesteld en voldeed aan het profiel van de ‘boze witte

man’ (of vrouw). Een derde was hoopvol, de rest neutraal.

 

Land van polderen

‘Nederland is een gematigd land’, zegt Kanne, ‘gematigder dan de landen

om ons heen. Het is een land van polderen en convenanten. Het is

rijk, stabiel en heeft een goed functionerende democratie. Het vertrouwen

in instituties is relatief hoog. Het is een minderheid die zegt: dat

zijn allemaal politiek-correcte praatjes, we worden voor de gek gehouden

door het partijkartel.’

Die minderheid doet zich graag voor als ‘het volk’ en laat op luidruch-

tige wijze van zich horen. Vooral sociale media werken erg vertekenend,

zegt Kanne: ‘Twitter is een kamer waar ooit een goed gesprek

werd gevoerd. Maar alle gematigde mensen hebben de kamer verlaten

en nu staan alleen de extremen tegen elkaar te schreeuwen.’

In dit verbale geweld raakt de redelijke Nederlander, de man of vrouw

uit het milde midden, al snel ondergesneeuwd. Hij laat minder van zich

horen, is genuanceerd en weet soms niet zo goed wat hij van bepaalde

dingen moet vinden. Inzake de vluchtelingenkwestie werd zijn houding

mooi getypeerd door onderzoeker Paul Dekker van het Sociaal en Cultureel

Planbureau. ‘Veel Nederlanders zeggen: je moet die mensen toch

helpen, maar anderzijds willen we ook niet dat er te veel vluchtelingen

naar Nederland komen. Ze vinden het een heel ingewikkeld probleem

en ze klagen ook over de druk van sociale media om partij te kiezen in

dit debat.’ Het is geen opstelling waarmee je op Twitter uit de voeten

kunt.

In tal van onderzoeken kwam het Sociaal en Cultureel Planbureau tot

de conclusie dat het nogal meevalt met ‘de onvrede’. Ook de cijfers van

I&O Research laten een gematigd beeld zien. In 2015, vlak na het hoogtepunt

van de vluchtelingencrisis, peilde I&O Research de bereidheid

om een asielzoekerscentrum in de eigen gemeente te accepteren: 42

procent was daartoe bereid, nog eens 29 procent was bereid onder

voorwaarden. 21 procent zei hoe dan ook nee. Onlangs bleek het aantal

voorstanders van een Nexit, een Nederlandse uittrede uit de Europese

Unie, te zijn verminderd, mede door het geklungel rond de Brexit. 72

procent van de Nederlanders wil in de EU blijven.

De Nederlander is redelijk en bereid te veranderen. Daarom is de overheid

in staat om politieke taboes te doorbreken, veel meer dan in een

land als Frankrijk. Dat gebeurde in het verleden met de verhoging van

de pensioenleeftijd en de verlaging van de hypotheekrente-aftrek. Er

werd jarenlang tegenaan gehikt, maar uiteindelijk werden deze ingrijpende

veranderingen vrij gemakkelijk geaccepteerd.

Taboes doorbreken

Zo kunnen opnieuw taboes worden doorbroken, zoals rekeningrijden of

maatregelen ten gunste van het klimaat. ‘Niemand wil dat de benzinemotor

wordt verboden’, zegt Peter Kanne. ‘Maar als je vraagt: moet de

overheid op termijn elektrisch rijden afdwingen, dan is 50 tot 60 procent

voor.’ Daarnaast groeit de bereidheid om minder vlees te eten.

‘Een paar jaar geleden waren de meeste mensen zich niet eens bewust van het verband tussen vlees en CO2-uitstoot’, zegt Kanne.

‘Langzaam maar zeker worden burgers rijp voor maatregelen. Het

draagvlak groeit. Nu moet de overheid doorkomen. Politici zijn bang

voor de kiezers, maar de kiezers zitten juist te wachten op een duwtje

van de politici’, aldus Kanne. Volgens de cijfers van I&O Research vindt

twee derde van de burgers dat de overheid meer moet doen voor het

klimaat. Wel neemt de polarisatie toe: het percentage burgers dat vindt

dat de overheid juist minder moet doen, is toegenomen van 6 naar 13.

De klimaatdiscussie wordt vaak in karikaturale termen gevoerd: een

witte wijn ‘sippende’, Tesla-rijdende elite uit Amsterdam zou de gewone

Nederlander uit zijn auto willen jagen, een peperdure warmtepomp

opdringen en tot overmaat van ramp zelfs zijn gehaktbal willen afpakken.

Daarom is het zo belangrijk om de lasten eerlijk te delen, ook bij

het rekeningrijden.

Kanne: ‘De overheid moet iets doen voor de ongeveer 6 procent van de

automobilisten die geen alternatieven heeft en waarschijnlijk veel

meer moet gaan betalen. Werklui die met busjes op pad gaan, mensen

die in winkels staan en niet met het openbaar vervoer kunnen. Je moet

ervoor zorgen dat Elsevier en Thierry Baudet niet met deze mensen aan

de haal gaan.’

Het doorbreken van politieke taboes wordt op dit moment niet zo zeer

tegengehouden door de publieke opinie, als wel door de politieke constellatie

van dit moment. ‘Bij al die controversiële onderwerpen – kinderpardon,

rekeningrijden, klimaat, migratie – dreigen CDA en VVD

kiezers te verliezen aan de PVV en de FvD. En ze zullen er maar heel

weinig kiezers van andere partijen mee terug winnen. Dat maakt het

nemen van maatregelen moeilijk, want CDA en VVD bevinden zich op

sleutelposities’, zegt Kanne. Bij het kinderpardon ging het CDA overstag,

op een manier die aantoonde dat Nederland ingewikkelder in elkaar

zit dan soms wordt voorgesteld. De ommezwaai werd niet afgedwongen

door een grachtengordelelite, maar door sociaal bewogen

christenen uit provincieplaatsen als Meppel.

 

Passief en volgzaam

De cijfers van I&O Research lijken geruststellend voor het midden, net

als die van het SCP. De flanken zijn misschien gegroeid, maar er is nog

altijd een groot en redelijk centrum. Het milde midden heeft echter een

zwakte. Het is passief en volgzaam. Maatschappelijke veranderingen

komen nooit vanuit het midden tot stand. Het is interessant om terug

te kijken naar die vorige periode van polarisatie, de jaren zestig en zeventig.

De ‘culturele revolutie’ van die tijd werd niet in gang gezet door

de brave NCRV-leden die destijds de ruggegraat van de samenleving

vormden. Blijkens een opiniepeiling uit 1966 vond 82 procent van de

Nederlanders dat de politie harder moest optreden tegen Provo’s en

andere oproerkraaiers. 71 procent vond de Provo’s ‘werkschuw’, 58

procent bestempelde ze als ‘herrieschoppers’. Kortom, het milde midden

stond pal achter ‘de regenten’, de gevestigde orde. Niettemin was

Nederland een paar jaar later ingrijpend veranderd, onder druk van

Provo en andere protestbewegingen.

Het ‘establishment’ ving het protest destijds op door wat ‘verend meebewegen’

werd genoemd: concessies doen, zodat de maatschappelijke

orde in grote lijnen intact bleef. ‘Dat zie je nu ook weer gebeuren’, zegt

James Kennedy, historicus aan de Universiteit Utrecht en auteur van

Nieuw Babylon in aanbouw, het standaardwerk over de jaren zestig.

‘Wie verdedigt het multiculturalisme nog? Misschien een heel klein

deel van GroenLinks en D66.’ Ook de gevestigde partijen spreken over

migranten op een manier die twintig jaar geleden als xenofoob of racistisch

zou zijn beschouwd.

 

Een zwakker midden

Er is echter een groot verschil tussen de jaren zestig en nu, zegt Kennedy.

De middenpartijen zijn oneindig veel zwakker geworden. Destijds

hadden de confessionele partijen (KVP, CHU en ARP die in 1980 zouden

opgaan in het CDA) het ook moeilijk. Niettemin werd het parlement

gedomineerd door drie grote machtsblokken – PvdA, confessionelen en

VVD – die diep geworteld waren in de samenleving, gelieerd aan vakbonden,

kerken, omroepverenigingen en andere maatschappelijke organisaties.

‘Die partijen waren brede coalities, de matiging zat in hun

dna’, zegt Kennedy.

Het is een hele wereld die verdwenen is. Het huidige centrum is versnipperd,

waardoor het steeds moeilijker wordt een kabinet te vormen.

Het vorige kabinet was een onwaarschijnlijke combinatie van twee tegenstanders,

het huidige bestaat uit vier partijen met slechts 76 zetels.

Bovendien zijn die partijen hun wortels in de samenleving grotendeels

kwijtgeraakt. Ze zijn kwetsbaar geworden voor electorale schommelingen,

omdat zwevende kiezers gemakkelijk overstappen. ‘Het is moeilijker

geworden om compromissen te sluiten. Partijleiders krijgen minder

ruimte van hun achterban dan vroeger’, zegt Kennedy.

‘Ik geloof zeker dat de gemiddelde Nederlander heel redelijk is. Maar

hetzelfde zie je in de Verenigde Staten. Uit opiniepeilingen blijkt dat de

meeste Amerikanen gematigde standpunten hebben over immigratie

of wapenbezit. De vraag is echter: vindt die matiging haar weg in het

politieke bestel? In Nederland komt de politieke energie van rechts en

ligt de instabiliteit in het midden.’

Opinie-onderzoeker Peter Kanne van I&O Research is optimistischer.

Nederland is een redelijk en gematigd land, blijkt uit al zijn gegevens.

‘Op het gebied van klimaat geloof ik dat we voor een tipping point zitten.

Maatregelen zullen uiteindelijk geaccepteerd worden. Maar dan

moeten politici wel leiderschap tonen. Wat ik jammer vind, is dat CDA

en VVD meegaan in de angstbeelden die door de flanken worden opgeroepen.

Kom met oplossingen, als je weet wat er moet gebeuren. Premier

Rutte zei dat hij het duurzaamste kabinet ooit zou gaan leiden,

maar durf dan ook maatregelen te nemen.’