Ontvang gratis dialoog tips

Dialoog zonder voorbedachte agenda

Je hebt één dag de tijd voor een dialoog. Je wilt de dag zo dialogisch mogelijk vormgeven en invullen, dus je hebt een uitnodigende openingsvraag als startpunt en verder zo min mogelijk voorbedachte inhoud. Maar hoe kom je nu tot gerichte gesprekken die bijdragen aan het beantwoorden van de openingsvraag?

Als je niet structureert loop je het risico dat het een Poolse landdag wordt of een eindeloos poldergesprek. Als je te veel structureert voelen de deelnemers zich niet meer eigenaar van de inhoud. Ze zullen dan “braaf” jouw gesprek voeren, de uitkomsten aan jou geven en je veel succes met het vervolg wensen.

Hoe vind je de balans tussen structuur en vrijheid?

Je besteedt veel aandacht aan het formuleren van een goede openingsvraag (zie het E-zine “een goede openingsvraag: 9 tips”). Dat doe je voorafgaand aan de dialoogbijeenkomst. Deze vraag is de start van de dialoog. Dan eerst divergeren door een individuele brainstorm. Ieder voor zich en in stilte brainstormen de deelnemers over alles wat er bij hen opkomt na aanleiding van de vraag. Zo krijgt de vraag inhoud en betekenis voor iedereen die aanwezig is.
Na de brainstorm begint het convergeren. Wat voor de hand ligt, is het clusteren van de brainstorm. Dat doe je nadrukkelijk niet! Het convergeren gebeurt in interactie. Om van persoonlijke beelden en opinies naar gedeelde onderwerpen te komen, worden door de deelnemers stellingen geformuleerd. Stellingen die er voor de opsteller echt toe doen: “als dit vandaag niet besproken wordt, komt het niet goed met de antwoorden op de openingsvraag”.

De stellingen worden getoetst op relevantie voor de groep deelnemers. Is het een stelling die vooral bij een of enkele deelnemers leeft of leeft het breder of zijn die enkele zo relevant dat het er toch over moet gaan?
(de vormen waarin dit kan, komt in een komend E-zine aan bod). Stellingen die relevant genoeg zijn, gaan door naar de volgende ronde. Deze stap is het relevantiefilter.
Nú mag er geclusterd worden en worden de stellingen nog verder geconverteerd tot thema’s om scherpte in een gesprek te kunnen brengen. Tegengestelde, overeenkomende en elkaar aanvullende stellingen worden in hetzelfde thema ondergebracht Ook dit gebeurt weer in interactie.Resultaat: een gespreksagenda van 4 tot 12 verschillende geannoteerde thema’s die in wisselende samenstellingen besproken worden en op verschillende niveaus uitkomsten/antwoorden geven op de openingsvraag.
Het gaat nadrukkelijk om stellingen en niet om vragen of gewoon onderwerpen. Stellingen maken het scherp en maken eerder de verschillen duidelijk. En als verschillen op tafel liggen, komt er ruimte om vooruitgang te boeken.

Tips om te komen tot een relevante gespreksagenda:

  • Toets of de stellingen die relevant zijn voor de groep, gezamenlijk de volle breedte van het gesprek mogelijk maken. Zo niet, probeer dan nog iemand te bewegen een extra stelling in te brengen.
  • Zorg voor een toets dat de stellingen die besproken gaan worden relevant zijn voor een minimaal deel van de groep en niet alleen voor één individu. B.v. vier mensen in de groep vinden het een relevante stelling om te bespreken.
  • Leg goed uit dat het om stellingen gaat die mensen formuleren. Leg ook uit wat je verwacht bij het formuleren van een stelling. Stellingen moeten prikkelend zijn en je moet er voor of tegen kunnen zijn. “De lucht is blauw” is een stelling, maar is niet prikkelend.
  • Let er op dat het in deze fase niet interessant is of iemand vóór of tegen de stelling is. Als je er tegen bent, moet het vaak juist besproken worden. Het enige dat relevant is, is of de stelling iets raakt en een wezenlijk gesprek oplevert. Dat merk je vaak al aan de discussies die ontstaan rondom een stelling.
  • Als je vooraf tóch een aantal gespreksthema’s inbrengt als structuur, geef dan ruimte aan de groep om daar hun eigen betekenis aan te geven. Laat ook ruimte open voor een vraagteken, zodat alles wat relevant is voor de groep een plaats kan krijgen.

Voor een grote opdrachtgever in de infrastructuur organiseerden wij een middag waar samenwerking als thema centraal stond. Na een individuele brainstorm hadden we een “stellingenmarkt” op het programma staan. Ieder kon stellingen formuleren en verkopen aan collega’s. Als een stelling door vier mensen was gekocht was hij zo interessant dat hij thuis hoorde in het gesprek.

Het resultaat was een waslijn met ruim 12 relevante stellingen. Door samen met de groep te overleggen kwamen we vrij snel tot een clustering van de stellingen in 4 gespreksthema’s.

Om een groep eigenaar van een gesprek én de uitkomsten te laten zijn en de uitkomsten ook te kunnen realiseren, is het van belang dat zij zelf veel invloed hebben op de agenda van het gesprek. Dit levert altijd relevante en uitvoerbare uitkomsten op.

2017-04-28T09:36:27+00:00 28 april 2017|0 Reacties

Geef een reactie